Kan Europa zijn industriële kampioenen behouden in het tijdperk van AI?
Kan Europa zijn industriële kampioenen behouden in het AI-tijdperk?
Siemens heeft gewaarschuwd dat EU-regelgeving industriële giganten naar de VS en China drijft. Terwijl het “Trump-effect” fabrieken wegtrekt met belastingverlagingen en deregulering, staat Europa voor een cruciale keuze met betrekking tot databeleid en de chipdilemma van snelheid versus soevereiniteit.
Deze week is er veel te doen op sociale media, met de Duitse CEO van Siemens, Roland Busch, die aan Bloomberg verklaarde dat hij denkt dat investeren in China en de Verenigde Staten logischer is, gezien de regelgevende lasten die het bedrijf in de EU ervaart.
“Het is onzin om industriële en machinegegevens op dezelfde manier te behandelen als persoonlijke gegevens… Ik kan mijn aandeelhouders niet uitleggen waarom ik geld investeer in een omgeving waar ik wordt tegengehouden,” zei hij.
Deze uitspraak kan niet alleen worden geïnterpreteerd in het licht van het Europese regelgevingskader voor kunstmatige intelligentie en de lopende AI Omnibus-onderhandelingen, maar ook in het kader van het datakader, dat nog steeds een grote hindernis vormt voor zowel kleine als grote bedrijven binnen Europa.
Het “Trump-effect”: Europa’s taak om de eigen industrie te behouden
De dreiging om Europese industriële kampioenen, althans gedeeltelijk, te verliezen is zeer reëel: de Amerikaanse mix van deregulering, verlaagde belastingen voor binnenlandse fabrikanten door de legendarische “One big beautiful bill”, en een voortdurende dreiging van nieuwe tarieven maken dat Europese industriële spelers hun investeringen diversifiëren om de Amerikaanse consumentenbasis binnen handbereik te houden.
De Amerikaanse president Donald Trump verklaarde tijdens het Wereld Economisch Forum van 2025 dat “er geen betere plek op aarde zal zijn om banen te creëren, fabrieken te bouwen of een bedrijf te laten groeien dan hier in de goede oude VS.”
De VS houdt een lijst bij van alle wereldwijde bedrijven die van plan zijn te investeren in de VS, en de “Trump-effect” lijst omvat al 15 EU-bedrijven.
Of deze investeringen nieuw zijn of al van tevoren zijn gepland en alleen als politieke PR worden gebruikt, is onduidelijk. Maar als we naar de lijsten kijken, zal de Siemens Healthineers-groep $150 miljoen investeren “om de productie uit te breiden, waaronder het verplaatsen van de productieactiviteiten van haar Varian-bedrijf van Mexico naar Californië,” zal Siemens $285 miljoen investeren “in de Amerikaanse productie en AI-datacentra, wat meer dan 900 nieuwe banen in de productie zal creëren,” en zal Siemens Energy $1 miljard investeren “om de productie van net- en gasturbine-uitrusting in de VS op te schalen en zijn leer- en opleidingsprogramma’s uit te breiden.”
Duitse visie op industrie en data
Duitse bedrijven Siemens en SAP hebben eerder uitvoerig gesproken over de noodzaak om de AI- en dataregels voor de grote industrie in Europa te herzien, wat weerklank heeft gevonden bij de Duitse regering. Tenminste, declaratief heeft de Duitse kanselier Friedrich Merz het idee van vereenvoudiging voor veel zaken gesteund, met een speciale focus op AI-regels voor de industrie, tijdens de Hannover Messe onlangs.
Hoewel het momenteel niet in de schijnwerpers staat, zijn de debatten over de aankomende Data Act – die, als gevolg van de Europese Data Unie Strategie, zal proberen de Open Data Richtlijn en de Data Governance Act samen te voegen, en de Vrije Verkeersregels voor Niet-Persoonlijke Gegevens te herroepen – ook interessant om te volgen vanuit een consumenten- en kleinbedrijfsperspectief.
Uit de eerste lekken van de Raad blijkt dat de Europese industrie zich flink inzet om te betogen dat sommige verplichtingen voor industriële spelers om gegevens te delen in de Data Act buitensporig zijn en daardoor bedreigend voor hun handelsgeheimen.
De realiteit is dat grote industriële spelers terughoudend zijn om hun data te delen of te verkopen aan kleinere, datagestuurde bedrijven, zelfs als ze geen plannen hebben om de data zelf te operationaliseren. Dit is ook weerspiegeld in de communicatie van de Data Unie Strategie: “Individuele fabrikanten zijn terughoudend om deze gegevens te delen vanwege handelsgeheimen, privacy en concurrentie zorgen.”
Over het algemeen zal het vinden van een balans tussen het voldoen aan de verzoeken van de industrie en het faciliteren van een bredere Europese data-economie moeilijk zijn voor de EU.
Deze uitdaging wordt verergerd door politici en lobbygroepen die zich verzetten tegen vereenvoudiging, vaak dergelijke inspanningen afdoen als “VS-lobbying”, terwijl ze de feitelijke uitspraken van Europese industrie spelers negeren.
De politieke wrijving achter AI Gigafactories: soevereiniteit versus snelheid
Een van de hoekstenen van het EU’s AI Continent Actieplan is de ontwikkeling van vijf Europese AI Gigafactories – grootschalige faciliteiten met enorme rekencapaciteit en datacentra die zijn ontworpen om de AI-ontwikkelings- en toepassingsbehoeften van de Europese industrie te ondersteunen.
De catch is dat elke Gigafactory ten minste 100.000 chips zal vereisen, waarvan de meeste momenteel uit de VS komen. Hoewel de EU hard werkt aan de ontwikkeling van een eigen chipindustrie, heeft de sector deze AI-geoptimaliseerde chips hier en nu nodig.
De snelle reactie van de EU op het Biden AI Diffusion Plan begin 2025, waarbij de Commissie functionarissen vroeg de Amerikaanse aanpak te heroverwegen, illustreert verder dat het blok nog niet in staat is om deze chips binnenlands te produceren.
De EU heeft in 2022 de Europese Chips Act geïnitieerd met een ambitieus doel: het wereldwijde marktaandeel van Europa in halfgeleiders te verdubbelen tot 20% tegen 2030. De Chips IPCEI’s (Belangrijke Projecten van Gemeenschappelijk Europees Belang) zijn in 2023 uitgerold, en de wereldwijde vraag – die naar verwachting met ongeveer 25% zal groeien – trekt de Europese industrie omhoog, met een geschatte groei in dubbele cijfers in 2026.
Echter, met de opkomst van AI en de dringende behoefte aan AI-geoptimaliseerde chips, initieert de EU nu Chips Act 2.0, die bedoeld is om de kloof tussen wereldwijde AI-chipleiders en Europese capaciteiten aan te pakken. Industrie-dialogen schatten dat er een behoefte is aan minstens 30-60 miljard euro aan EU-financiering, aangevuld met 50-60 miljard euro van lidstaten, resulterend in een totaal, inclusief private investering, van 200-300 miljard euro.
Terug naar de AI Gigafactories – begin 2026 vroeg een groep landen, van Frankrijk tot Polen, de Commissie om meer details over de voorwaarden en regels voordat de oproep voor AI Gigafactories werd gelanceerd. Euractiv merkte op dat Frankrijk ontevreden is over de mogelijkheid dat AI Gigafactories en Europees belastinggeld eindigen in de massale aankoop van Amerikaanse chips zonder voldoende Europese mogelijkheden te verkennen, terwijl Duitse ministeries steeds minder luid over dit onderwerp worden, met de bewering dat het kan botsen met de regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO).
Het onbenoembare deel is hoe de groei van de lokale chipindustrie (een langetermijnoplossing) kan worden gefaciliteerd terwijl aan onmiddellijke behoeften (een kortetermijnoplossing) wordt voldaan. Voor landen met wereldwijd concurrerende industrieën die elke dag worden verleid (soms – onder druk gezet) door andere jurisdicties om te verhuizen, kan de mogelijkheid om Europese alternatieven te verkennen het proces alleen maar verlengen en de al bescheiden investering (€20 miljard) voor AI Gigafactories verdunnen.
Bovendien, terwijl het voortbouwen op de bestaande succesvolle Europese chipindustrie via de Chips Act 2.0 en aanvullende investeringen een logische en strategische zet van de EU is, zullen de implementatie- en financieringsprocessen waarschijnlijk verstrikt raken in het typische web van bureaucratie en uiteenlopende belangen. Dit zal waarschijnlijk resulteren in een traag proces dat niet kan concurreren met de snelheid van de VS of Azië.
