Veel vrouwen in de abortuszorg maakten geen gebruik van anticonceptie; Betere voorlichting is noodzakelijk
Onderzoek toont aan dat veel vrouwen geen anticonceptie gebruiken bij ongewenste zwangerschappen
Uit nieuw onderzoek van Rutgers blijkt dat veel vrouwen die een abortus ondergingen, geen anticonceptie hebben gebruikt om een ongewenste zwangerschap te voorkomen. Het expertisecentrum voor seksualiteit maakt zich zorgen over een gebrek aan kennis en desinformatie over vruchtbaarheid, anticonceptie en de kans op zwangerschap.
Rutgers heeft vrouwen van 16 jaar en ouder ondervraagd die een abortus hadden aangevraagd. Maar liefst 41 procent had geen anticonceptie gebruikt. “Het is opvallend dat deze groep zo groot is,” aldus Rutgers-onderzoeker Renee Finkenflügel. “We weten zeker dat de vrouwen die aan het onderzoek deelnamen, onbedoeld zwanger zijn geworden. Het lijkt erop dat er een gebrek aan informatie en kennis is over de middelen om dit te voorkomen.”
Toen vrouwen werd gevraagd waarom ze geen anticonceptie gebruikten, was het meest voorkomende antwoord dat ze de kans op zwangerschap klein inschatten (44%). Sommigen dachten dat ze helemaal niet zwanger konden worden, terwijl anderen de mogelijkheid niet hadden overwogen. Ook gaven vrouwen aan dat ze geen hormonen wilden gebruiken (42%) of dat ze waren gestopt met anticonceptie vanwege bijwerkingen (30%).
Anderen probeerden zwangerschap te voorkomen door een condoom te gebruiken of de dagen waarop ze vruchtbaar waren bij te houden door hun temperatuur te meten of naar hun vaginale afscheiding te kijken. Vaak gebruikten ze ook een app of kalender om hun cyclus bij te houden. Sommige vrouwen namen een morning-afterpil na onbeschermde seks, maar deze methode is niet altijd effectief.
“Ik ben niet verrast dat vrouwen kiezen voor natuurlijke anticonceptiemethoden,” zei Finkenflügel, verwijzend naar een eerder onderzoek waaruit bleek dat natuurlijke methoden in opkomst zijn, mede dankzij influencers. De onderzoeker benadrukte het belang van het kiezen van een methode die bij iemand past, en dat dit gebeurt met kennis van de effectiviteit van de methode en mogelijke bijwerkingen. Het is ook belangrijk om de gekozen methode na verloop van tijd opnieuw te evalueren en een alternatief te overwegen als het niet voor je werkt.
Het bestrijden van desinformatie is eveneens essentieel. Het verspreiden van de juiste kennis over dit onderwerp, ook onder mannen, draagt bij aan een betere voorlichting. “Wij bij Rutgers doen dat, maar het is ook belangrijk dat de overheid hier een rol in speelt,” aldus Finkenflügel.
